Roodkapje en de grote boze wolf.
---------------------------+++++++


Roodkapje was een lief klein meisje met een rood kapje. Ze woonde in een klein dorpje.
Op zekere dag, moest ze naar de markt om er boodschappen te doen.

Oma had haar aldus gevraagd dat te doen.

Dus, opgemonterd, ging Roodkapje op weg en ze kocht worstjes, spek, eiëren en tomaten.
Alsook drie stukken chocolade voor de oude snoepdoos.

Wat later, zette de kleine meid haar tocht voort.
Om bij grootmoeder te geraken, moest ze doorheen het donkere bos.
De oude tang haar hutje stond heel diep in het woud.

De takjes kraakten onder Roodkapje's poezelige voetjes.
Even verder, na twee uren onderweg, bij de waterval,
zag ze plots twee groene
ogen wegflitsen in de duisternis van het dichtbebladerde bos.

'Zal wel de kat van oma zijn,' dacht ze bij zichzelven.
Want ze was er bijna!

Eindelijk! Ze klopte op het schammele deurtje van het hutje.
Ze omklemde haar mandje hoopvol.

"Binnen," riep een rasperige rauwe stem.
-'Grootmoeder, ', ' wat hebt u een hese stem!'
"Dat is om je beter te kunnen roepen," "schelm"

Toen zag de meid oma's ogen: 'Grootmoeder, wat hebt u een grote ogen!'
"Dat is om je beter te kunnen zien vanuit mijn bed, " gaapte oma.

Eindelijk kwam Roodkapje dichter, toen sprak het meisje bevreesd:
'Groetmoeder, wat hebt u een grote tanden!'

-"Dat is om je beter te kunnen opeten," en de wolf die oma's plaats in de bedstee
had ingenomen sprong naar voren.

Maar gelukkig, vloog de deur van de hut uit haar hengsels: de boswachter,
die net zijn ronde deed, had het lawaai gehoord en had onraad geroken.

Hij schoot tweemaal met zijn tweeloop in de buik van de grote boze wolf.
Toen de wolf wauwelde, sneden ze hem open en haalden er oma ongedeerd uit.

Toen deden ze grote stenen in de buik van de wolf en naaiden hem dicht.
Tenslotte wierpen ze hem in de waterput!

De zwarte kater van grootmoeder kwam langs de beentjes van Roodkapje flemen.
Eind goed, al goed?


Einde
